Caroline is een jonge vrouw. Ze woont met haar hond in een klein dorp. Niemand hier weet wat ze heeft meegemaakt. Ze wil anoniem – Caroline is niet haar echte naam – haar verhaal doen. Niet over haar verleden, vol seksuele uitbuiting en geweld, maar over het verhaal daarna.
‘Je hebt als slachtoffer het gevoel dat je er niet toe doet, dat je ook niet beter verdient’
Ze vertelt over die eerste avond in de opvang. ‘Ik kreeg niet te horen waar ik heen ging, wat ik mee moest nemen. Het waren mijn begeleider en psycholoog die deze plek, specifiek voor slachtoffers van mensenhandel met multiproblematiek, een OMM-plek, hadden geregeld. Daar zou ik goede hulp krijgen, daar zou ik veilig zijn.’
Dat bleek anders. ‘Er zaten allemaal mensen die al jarenlang verslaafd waren. Letterlijk de eerste avond dat ik op die groep zat, werd ik door drie mensen uitgenodigd om drugs te gaan gebruiken op hun kamer. We zaten met z’n achten op een gang. En ik was de enige die uit een uitbuitingssituatie kwam.’
Caroline: ‘Het was zó ver van een veilige plek. Er was heel veel agressie op de afdeling. Er waren vaak ruzies, dan werd er weer een mes getrokken of er liep iemand bloot door de gang. Het was meer regel dan uitzondering dat er politie kwam omdat iemand helemaal van het padje af ging. Zelfs de ME is meerdere keren geweest. Daartussen moest ik herstellen?’
OPVANG
Johan Stam
Specialist mensenhandel, AVIM (Afdeling Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel)
‘Collega’s treffen midden in de nacht een vrouw aan langs de snelweg. Ze bellen ons: “We hebben vermoedelijk een slachtoffer van mensenhandel aangetroffen.” Dan zit je tegenover iemand die letterlijk en figuurlijk de weg kwijt is. Het eerste wat wij proberen te doen is veiligheid creëren voor haar. Dat betekent dus een juiste opvangplek. Nou, doe je best maar vrijdagnacht.
‘Op zoek naar een bed op vrijdagnacht’
Slachtoffers van mensenhandel hebben recht op opvang. In Nederland zijn gemeenten daarvoor verantwoordelijk via de Wet maatschappelijke ondersteuning. Maar in de praktijk zie je dat dat ingewikkeld wordt, omdat een slachtoffer zich bijna nooit meldt in de gemeente waar de uitbuiting heeft plaatsgevonden.
Wanneer iemand zich meldt, gaan wij bellen. Geen plek, te moeilijk, te complex. Bel ik met zorgcoördinatoren of gemeenten, dan krijg ik te horen: “Ja, maar ze komt hier niet vandaan.” Zo wordt een slachtoffer soms als een soort hete aardappel doorgeschoven.
Er zijn zoveel mensen in Nederland met mensenhandel bezig.We hebben programma’s, actieplannen en samenwerkingsverbanden. Iedereen verdient er een boterham aan. Dat klinkt allemaal goed, maar op het moment dat ik ’s nachts met een slachtoffer zit, heb ik daar helemaal niets aan. Dan moet er gewoon een plek zijn. En die is er te vaak niet.
Wat mij betreft moet je dit landelijk organiseren. Je hebt capaciteit nodig en geld. Het zou al enorm helpen als er realtime inzicht is: hoeveel bedden zijn er, waar zijn ze en waar kan iemand naartoe, liefst niet in dezelfde plaats als waar de uitbuiting speelde.’
Caroline zit bijna een jaar op haar OMM-plek, een pilot in het noordoosten van het land. Een jaar waarin ze andere slachtoffers van mensenhandel zag terugvallen. ‘Er kwam iemand afgekickt binnen en zij begon al heel snel weer te gebruiken. Een ander meisje was helemaal lamgeslagen door het leven*, dat* was zo schrijnend om te zien. Weet je, je hebt als slachtoffer al het gevoel dat je er niet toe doet, dat je ook niet beter verdient. Dit is het.’
‘Je hebt als slachtoffer het gevoel dat je er niet toe doet, dat je ook niet beter verdient.’
Het onderzoek ‘Knelpunten bij triage en opvang van slachtoffers mensenhandel’ (november 2025) van CoMensha laat zien dat er niet alleen sprake is van een tekort aan plekken. Veel opvangplekken zijn, zoals Caroline merkte, niet geschikt voor slachtoffers van mensenhandel. Met als gevolg dat politie, hulpverleners en zorgcoördinatoren vaak ’s avonds en in het weekend stad en land afbellen en moeten leuren met slachtoffers. Soms verzwijgen ze liever dat het om een slachtoffer van mensenhandel gaat. Mannen, minderjarigen, mensen met psychische problemen, verslaving en slachtoffers van criminele uitbuiting zijn bijna nergens welkom. Opvanglocaties zitten vaak niet op deze ‘complexe’ doelgroep te wachten, constateert CoMensha.
Ook Caroline krijgt het in haar opvang steeds zwaarder, de ruzies met de begeleiding lopen hoger op. Ze voelt zich onveilig. ‘Het netwerk bleef me opzoeken. In eerste instantie geloofden de begeleiders me niet. Later wel.’ Haar geestelijke gezondheid gaat verder achteruit. Uiteindelijk moet ze, ook op advies van haar psycholoog, worden opgenomen. ‘Na die twee weken wist ik zeker dat ik nooit meer terug zou gaan naar die plek. Ik heb een vakantiehuisje gehuurd, maar binnen no time stond het netwerk weer voor de deur.’
OPVANG
Sabrina Knijf
Teammanager Centrum tegen Mensenhandel, HVO-Querido, Amsterdam
‘We zien nu dat slachtoffers vaak in het malletje van de opvang moeten passen. Dat is heel schrijnend. Het kan niet zo zijn dat mensen nergens terechtkunnen.
‘We krijgen telefoontjes uit het hele land’
Bij ons zijn alle slachtoffers van mensenhandel welkom. Of iemand nu slachtoffer is van arbeidsuitbuiting, seksuele uitbuiting of criminele uitbuiting. Of iemand verslaafd is, psychische problemen heeft, zwanger is of een kind heeft.
Ook slachtoffers met een huisdier kunnen hier terecht. De mensen die hier binnenkomen zijn vaak verdrietig, angstig of boos. Wat zij in de eerste plaats nodig hebben, is rust. Een plek waar ze veilig zijn en waar ze even op adem kunnen komen.
Het voelt ook heel krom: een slachtoffer wordt in een veilige opvang geplaatst, terwijl de uitbuiters vrij rondlopen. We zitten bijna altijd vol en krijgen veel telefoontjes uit het hele land. Je kunt gewoon niet verwachten dat gemeenten deze specialistische zorg kunnen leveren. Slachtoffers in een hotel of in een politiecel onderbrengen, dat kan echt niet. Je zou eigenlijk vier centra in Nederland moeten hebben van waaruit alles geregeld wordt.’
Caroline komt, als de situatie op het vakantiepark uit de hand loopt, op een politiebureau terecht. Een vriendin brengt haar. ‘Ik was doodsbang en helemaal op. Ik had pijn, ook door de uitbuiting. Dan kom je op zo’n bureau en moet je je verhaal doen. Wat moet je dan vertellen? Waar begin je?’
Ze levert haar telefoon en laptop in en de politie gaat op zoek naar een geschikte plek. ‘Mijn vriendin en ik zaten daar maar in die lege hal.’ Uren gaan voorbij. Haar vriendin valt in slaap, Caroline niet. Ze is bang, zenuwachtig, weet niet meer hoe ze moet zitten in die ongemakkelijke stoelen. Ze herinnert zich nog een groepje jongens dat voor de deur van het politiebureau hangt. ‘Gek dat ik me dat soort details nog wel herinner.’
‘Het gevoel dat ik nergens welkom was, is me bijgebleven. Dat ik er niet toe doe, dat ik er niet mag zijn. Nou, dat gevoel gaven mijn uitbuiters me ook altijd’
‘De agenten komen terug: ‘We hebben nog geen plek voor je. Alles zit vol.’ Niemand wilde me hebben. Ik was te moeilijk, te complex. Uiteindelijk kon ik voor twee nachten ergens naartoe, maar ze wilden me daar eigenlijk ook niet. Dat werd letterlijk zo tegen me gezegd. Maar ze hadden nu eenmaal zorgplicht.’
Caroline gaat van de ene naar de andere tijdelijke plek, soms voor een week. ‘Het gevoel dat ik nergens welkom was, is me bijgebleven. Dat ik er niet toe doe, dat ik er niet mag zijn. Nou, dat gevoel gaven mijn uitbuiters me ook altijd.’
Slachtoffers van mensenhandel hebben rust nodig, vertelt ze. ‘Als je uit mensenhandel komt, ben je zo lang behandeld als een ding, als een geldmachine. Dat doet iets met je hoofd. Je durft op een gegeven moment niet eens meer te staan voor jezelf. Je wordt letterlijk afhankelijk gemaakt van alles en iedereen, behalve van jezelf.’
Caroline komt uiteindelijk bij een zorgboerderij terecht. Daar vindt ze rust en begrip. ‘De begeleiders wisten eigenlijk niet wat ze in huis haalden, kenden mijn problematiek, mijn verhaal niet. Maar ze hebben mij altijd als mens gezien.’
CAMPAGNES
Uit een inventarisatie van CoMensha blijkt dat de aanpak van mensenhandel in Nederland sterk gefragmenteerd is.
‘Versnipperde aanpak van mensenhandel’
Zo zijn er 95 meldpunten voor mensenhandel, waarvan zes landelijk opereren, en 39 kenniscentra, waarvan zeventien landelijk. Deze veelheid zorgt ervoor dat er geen totaaloverzicht van meldingen is en dat meldroutes voor burgers en professionals vaak onduidelijk zijn. Daardoor komen signalen niet altijd op één plek samen en kunnen ze verloren gaan.
Ook het aanbod aan bewustwordingscampagnes is versnipperd. In de afgelopen vijf jaar zijn 54 campagnes opgezet, terwijl landelijke coördinatie ontbreekt en overzicht mist. Bovendien is bij slechts 5% van de campagnes onderzoek gedaan naar de impact.
Het Rijk stelt jaarlijks €2,5 miljoen beschikbaar voor het Actieprogramma Samen tegen mensenhandel. Dit bedrag bestaat uit een structurele financiering van €2 miljoen per jaar, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord van kabinet Rutte IV. Daarnaast is er vanaf 2024 een extra jaarlijkse toevoeging van €500.000 voor de periode van vier jaar (2024–2027). Deze extra middelen zijn bedoeld om aanvullende acties binnen het versterkte actieplan te financieren.
Bron: Significant Public, Adviesrapport voor het Actieprogramma ‘Samen tegen Mensenhandel’ (in opdracht van CoMensha), 28 februari 2025/ Actieprogramma Samen tegen Mensenhandel
Een van de reden waarom Caroline haar verhaal over de opvang wil delen, is dat bij mensenhandel vaak aan buitenlandse slachtoffers wordt gedacht, aan vrouwen die in Nederland gedwongen in de prostitutie terechtkomen. Of aan mensen uit Oost-Europa die hier onder erbarmelijke situaties aan het werk worden gezet. ‘Zo houden we het lekker ‘ver-van-ons-bed’. Maar ik ben een ‘gewone Nederlandse meid’, ik zou je buurmeisje of vriendinnetje van volleybal kunnen zijn.’
‘Als je uit mensenhandel komt, ben je zo lang behandeld als een ding, als een geldmachine. Dat doet iets met je hoofd. Je durft op een gegeven moment niet eens meer te staan voor jezelf. Je wordt letterlijk afhankelijk gemaakt van alles en iedereen, behalve van jezelf’
Inmiddels gaat het goed met Caroline. Of ze echt veilig is? Dat is een lastige vraag. Bij haar woning hangen camera’s. Dat is niet voor niets, vertelt ze. ‘Mensen denken vaak dat als je eruit bent, het klaar is. Maar zo werkt het niet. Die mensen weten waar je bent, ze weten hoe ze je moeten vinden. Dat gevoel raak je niet zomaar kwijt.’
Ze wordt nog steeds aangesproken door ‘onbekenden’. ‘Uitbuiters laten hun slachtoffers, waar ze jaren in hebben geïnvesteerd, niet zomaar los’, zegt Caroline.
Stapje voor stapje bouwt ze haar leven weer op. Ze doet vrijwilligerswerk. De ambulante begeleiding die ze in haar nieuwe woonplaats krijgt, is belangrijk. Net als de therapie die ze volgt en de gesprekken die ze regelmatig met een ervaringsdeskundige voert.
‘Voor mij betekent veiligheid nu dat ik zelf keuzes mag maken. Dat niemand meer bepaalt waar ik heen moet of wat ik moet doen.’
ERVARINGSDESKUNDIGHEID
Merel van Groningen
Ervaringsdeskundige en expert, Merel van Groningen Foundation
‘Pas kreeg ik nog een telefoontje van een heel jong meisje van veertien. Ze had online een afspraak met een man gemaakt in een park. Hij heeft haar misbruikt en gefilmd. Ze moest later vriendinnetjes meenemen anders zou hij het filmpje online zetten. Ze durfde het tegen niemand te vertellen, maar kwam, via de website, bij ons terecht. Ze was zo bang.
‘De meeste slachtoffers die contact opnemen zijn minderjarig’
Ik heb in mijn netwerk gezocht en haar gelukkig in contact kunnen brengen met een docente in haar omgeving, die ik toevallig ook een keer getraind had. Zij helpt haar nu.’
‘De meeste slachtoffers die onze hulp zoeken, zijn minderjarig en heel bang. We staan als ervaringsdeskundigen náást het slachtoffer op het moment dat ze uit de uitbuiting willen stappen of zijn gestapt. Waar ze heen willen, wat ze te wachten staat, weten ze niet. Waar ze uitkomen, is bekend: het is daarom zo makkelijk om terug te vallen.’
‘Slachtoffers die eruit willen stappen, komen hét systeem tegen’
‘Slachtoffers die eruit willen stappen, komen hét systeem tegen. Ze krijgen te maken met gemeentelijke regels, opvangplekken die niet geschikt zijn, contra-indicaties. Slachtoffers moeten vaak eerst aangifte doen voordat ze hulp kunnen krijgen, dat zijn obstakels. Dan zijn er nog de wachttijden, vaak maandenlang, soms zelf een jaar. Dat schrikt af. Hoe moet ik in m’n mijn eentje zo lang wachten? Wij proberen slachtoffers in die liminale fase, die onzekere tussenfase, te begeleiden.’
‘Pas nog benaderde een meisje ons via Instagram. Ze wordt misbruikt door haar stiefvader. Haar moeder wil dat ze blijft zwijgen. Het meisje is verhuisd naar haar oma. Ik heb contact gelegd met de nieuwe woonplaats over haar verhaal en hulpvraag. De gemeente zegt: “We hebben coaches op school, daar kan ze dan later naar toe gaan.” Zo’n koud antwoord doet me pijn. Zo’n meisje voelt zich al die tijd zo eenzaam. Ze wil haar verhaal doen ‘zonder dat iemand meteen begint te huilen’, zegt ze zelf.’
‘Onderzoek laat zien hoe groot de meerwaarde van ervaringsdeskundigen is. Wat wij eerst doen, is luisteren. Zonder oordeel. We begrijpen veel, we leggen uit hoe het systeem werkt, waarom bepaalde dingen zo geregeld zijn, we motiveren om vol te houden. Onze BUM-methode (Begrip, Uitleg, Motivatie) is ook opgenomen in de databank van effectieve interventies.’
‘We zijn geen hulpverleners, maar wel werken we heel graag samen. Vaak met gemeenten, met zorginstellingen.’ De financiering is vaak het probleem. ‘We hebben al zorg ingekocht’, horen we dan van een gemeente. ‘Maar er is wel een wachttijd van vier maanden. Uiteindelijk hebben wij specifiek voor deze casus een donatie-oproep gedaan zodat de gesprekken kunnen starten. We kunnen niet draaien op een goed hart alleen.’
Het verhaal van
Caroline
Scroll
Leestijd: 20 minuten
Caroline is een jonge vrouw. Ze woont met haar hond in een klein dorp. Niemand hier weet wat ze heeft meegemaakt. Ze wil anoniem – Caroline is niet haar echte naam – haar verhaal doen. Niet over haar verleden, vol seksuele uitbuiting en geweld, maar over het verhaal daarna.
Ze vertelt over die eerste avond in de opvang. ‘Ik kreeg niet te horen waar ik heen ging, wat ik mee moest nemen. Het waren mijn begeleider en psycholoog die deze plek, specifiek voor slachtoffers van mensenhandel met multiproblematiek, een OMM-plek, hadden geregeld. Daar zou ik goede hulp krijgen, daar zou ik veilig zijn.’
Dat bleek anders. ‘Er zaten allemaal mensen die al jarenlang verslaafd waren. Letterlijk de eerste avond dat ik op die groep zat, werd ik door drie mensen uitgenodigd om drugs te gaan gebruiken op hun kamer. We zaten met z’n achten op een gang. En ik was de enige die uit een uitbuitingssituatie kwam.’
Caroline: ‘Het was zó ver van een veilige plek. Er was heel veel agressie op de afdeling. Er waren vaak ruzies, dan werd er weer een mes getrokken of er liep iemand bloot door de gang. Het was meer regel dan uitzondering dat er politie kwam omdat iemand helemaal van het padje af ging. Zelfs de ME is meerdere keren geweest. Daartussen moest ik herstellen?’
OPVANG
Johan Stam
Specialist mensenhandel, AVIM (Afdeling Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel)
‘Collega’s treffen midden in de nacht een vrouw aan langs de snelweg. Ze bellen ons: “We hebben vermoedelijk een slachtoffer van mensenhandel aangetroffen.” Dan zit je tegenover iemand die letterlijk en figuurlijk de weg kwijt is. Het eerste wat wij proberen te doen is veiligheid creëren voor haar. Dat betekent dus een juiste opvangplek. Nou, doe je best maar vrijdagnacht.
Slachtoffers van mensenhandel hebben recht op opvang. In Nederland zijn gemeenten daarvoor verantwoordelijk via de Wet maatschappelijke ondersteuning. Maar in de praktijk zie je dat dat ingewikkeld wordt, omdat een slachtoffer zich bijna nooit meldt in de gemeente waar de uitbuiting heeft plaatsgevonden.
Wanneer iemand zich meldt, gaan wij bellen. Geen plek, te moeilijk, te complex. Bel ik met zorgcoördinatoren of gemeenten, dan krijg ik te horen: “Ja, maar ze komt hier niet vandaan.” Zo wordt een slachtoffer soms als een soort hete aardappel doorgeschoven.
Er zijn zoveel mensen in Nederland met mensenhandel bezig. We hebben programma’s, actieplannen en samenwerkingsverbanden. Iedereen verdient er een boterham aan. Dat klinkt allemaal goed, maar op het moment dat ik ’s nachts met een slachtoffer zit, heb ik daar helemaal niets aan. Dan moet er gewoon een plek zijn. En die is er te vaak niet.
Wat mij betreft moet je dit landelijk organiseren. Je hebt capaciteit nodig en geld. Het zou al enorm helpen als er realtime inzicht is: hoeveel bedden zijn er, waar zijn ze en waar kan iemand naartoe, liefst niet in dezelfde plaats als waar de uitbuiting speelde.’
Caroline zit bijna een jaar op haar OMM-plek, een pilot in het noordoosten van het land. Een jaar waarin ze andere slachtoffers van mensenhandel zag terugvallen. ‘Er kwam iemand afgekickt binnen en zij begon al heel snel weer te gebruiken. Een ander meisje was helemaal lamgeslagen door het leven*, dat* was zo schrijnend om te zien. Weet je, je hebt als slachtoffer al het gevoel dat je er niet toe doet, dat je ook niet beter verdient. Dit is het.’
Het onderzoek ‘Knelpunten bij triage en opvang van slachtoffers mensenhandel’ (november 2025) van CoMensha laat zien dat er niet alleen sprake is van een tekort aan plekken. Veel opvangplekken zijn, zoals Caroline merkte, niet geschikt voor slachtoffers van mensenhandel. Met als gevolg dat politie, hulpverleners en zorgcoördinatoren vaak ’s avonds en in het weekend stad en land afbellen en moeten leuren met slachtoffers. Soms verzwijgen ze liever dat het om een slachtoffer van mensenhandel gaat. Mannen, minderjarigen, mensen met psychische problemen, verslaving en slachtoffers van criminele uitbuiting zijn bijna nergens welkom. Opvanglocaties zitten vaak niet op deze ‘complexe’ doelgroep te wachten, constateert CoMensha.
Ook Caroline krijgt het in haar opvang steeds zwaarder, de ruzies met de begeleiding lopen hoger op. Ze voelt zich onveilig. ‘Het netwerk bleef me opzoeken. In eerste instantie geloofden de begeleiders me niet. Later wel.’ Haar geestelijke gezondheid gaat verder achteruit. Uiteindelijk moet ze, ook op advies van haar psycholoog, worden opgenomen. ‘Na die twee weken wist ik zeker dat ik nooit meer terug zou gaan naar die plek. Ik heb een vakantiehuisje gehuurd, maar binnen no time stond het netwerk weer voor de deur.’
OPVANG
Sabrina Knijf
Teammanager Centrum tegen Mensenhandel, HVO-Querido, Amsterdam
‘We zien nu dat slachtoffers vaak in het malletje van de opvang moeten passen. Dat is heel schrijnend. Het kan niet zo zijn dat mensen nergens terechtkunnen.
Bij ons zijn alle slachtoffers van mensenhandel welkom. Of iemand nu slachtoffer is van arbeidsuitbuiting, seksuele uitbuiting of criminele uitbuiting. Of iemand verslaafd is, psychische problemen heeft, zwanger is of een kind heeft.
Ook slachtoffers met een huisdier kunnen hier terecht. De mensen die hier binnenkomen zijn vaak verdrietig, angstig of boos. Wat zij in de eerste plaats nodig hebben, is rust. Een plek waar ze veilig zijn en waar ze even op adem kunnen komen.
Het voelt ook heel krom: een slachtoffer wordt in een veilige opvang geplaatst, terwijl de uitbuiters vrij rondlopen. We zitten bijna altijd vol en krijgen veel telefoontjes uit het hele land. Je kunt gewoon niet verwachten dat gemeenten deze specialistische zorg kunnen leveren. Slachtoffers in een hotel of in een politiecel onderbrengen, dat kan echt niet. Je zou eigenlijk vier centra in Nederland moeten hebben van waaruit alles geregeld wordt.’
Caroline komt, als de situatie op het vakantiepark uit de hand loopt, op een politiebureau terecht. Een vriendin brengt haar. ‘Ik was doodsbang en helemaal op. Ik had pijn, ook door de uitbuiting. Dan kom je op zo’n bureau en moet je je verhaal doen. Wat moet je dan vertellen? Waar begin je?’
Ze levert haar telefoon en laptop in en de politie gaat op zoek naar een geschikte plek. ‘Mijn vriendin en ik zaten daar maar in die lege hal.’ Uren gaan voorbij. Haar vriendin valt in slaap, Caroline niet. Ze is bang, zenuwachtig, weet niet meer hoe ze moet zitten in die ongemakkelijke stoelen. Ze herinnert zich nog een groepje jongens dat voor de deur van het politiebureau hangt. ‘Gek dat ik me dat soort details nog wel herinner.’
‘De agenten komen terug: ‘We hebben nog geen plek voor je. Alles zit vol.’ Niemand wilde me hebben. Ik was te moeilijk, te complex. Uiteindelijk kon ik voor twee nachten ergens naartoe, maar ze wilden me daar eigenlijk ook niet. Dat werd letterlijk zo tegen me gezegd. Maar ze hadden nu eenmaal zorgplicht.’
Caroline gaat van de ene naar de andere tijdelijke plek, soms voor een week. ‘Het gevoel dat ik nergens welkom was, is me bijgebleven. Dat ik er niet toe doe, dat ik er niet mag zijn. Nou, dat gevoel gaven mijn uitbuiters me ook altijd.’
Slachtoffers van mensenhandel hebben rust nodig, vertelt ze. ‘Als je uit mensenhandel komt, ben je zo lang behandeld als een ding, als een geldmachine. Dat doet iets met je hoofd. Je durft op een gegeven moment niet eens meer te staan voor jezelf. Je wordt letterlijk afhankelijk gemaakt van alles en iedereen, behalve van jezelf.’
Caroline komt uiteindelijk bij een zorgboerderij terecht. Daar vindt ze rust en begrip. ‘De begeleiders wisten eigenlijk niet wat ze in huis haalden, kenden mijn problematiek, mijn verhaal niet. Maar ze hebben mij altijd als mens gezien.’
CAMPAGNES
Uit een inventarisatie van CoMensha blijkt dat de aanpak van mensenhandel in Nederland sterk gefragmenteerd is.
Zo zijn er 95 meldpunten voor mensenhandel, waarvan zes landelijk opereren, en 39 kenniscentra, waarvan zeventien landelijk. Deze veelheid zorgt ervoor dat er geen totaaloverzicht van meldingen is en dat meldroutes voor burgers en professionals vaak onduidelijk zijn. Daardoor komen signalen niet altijd op één plek samen en kunnen ze verloren gaan.
Ook het aanbod aan bewustwordingscampagnes is versnipperd. In de afgelopen vijf jaar zijn 54 campagnes opgezet, terwijl landelijke coördinatie ontbreekt en overzicht mist. Bovendien is bij slechts 5% van de campagnes onderzoek gedaan naar de impact.
Het Rijk stelt jaarlijks €2,5 miljoen beschikbaar voor het Actieprogramma Samen tegen mensenhandel. Dit bedrag bestaat uit een structurele financiering van €2 miljoen per jaar, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord van kabinet Rutte IV. Daarnaast is er vanaf 2024 een extra jaarlijkse toevoeging van €500.000 voor de periode van vier jaar (2024–2027). Deze extra middelen zijn bedoeld om aanvullende acties binnen het versterkte actieplan te financieren.
Bron: Significant Public, Adviesrapport voor het Actieprogramma ‘Samen tegen Mensenhandel’ (in opdracht van CoMensha), 28 februari 2025/ Actieprogramma Samen tegen Mensenhandel
Een van de reden waarom Caroline haar verhaal over de opvang wil delen, is dat bij mensenhandel vaak aan buitenlandse slachtoffers wordt gedacht, aan vrouwen die in Nederland gedwongen in de prostitutie terechtkomen. Of aan mensen uit Oost-Europa die hier onder erbarmelijke situaties aan het werk worden gezet. ‘Zo houden we het lekker ‘ver-van-ons-bed’. Maar ik ben een ‘gewone Nederlandse meid’, ik zou je buurmeisje of vriendinnetje van volleybal kunnen zijn.’
Inmiddels gaat het goed met Caroline. Of ze echt veilig is? Dat is een lastige vraag. Bij haar woning hangen camera’s. Dat is niet voor niets, vertelt ze. ‘Mensen denken vaak dat als je eruit bent, het klaar is. Maar zo werkt het niet. Die mensen weten waar je bent, ze weten hoe ze je moeten vinden. Dat gevoel raak je niet zomaar kwijt.’
Ze wordt nog steeds aangesproken door ‘onbekenden’. ‘Uitbuiters laten hun slachtoffers, waar ze jaren in hebben geïnvesteerd, niet zomaar los’, zegt Caroline.
Stapje voor stapje bouwt ze haar leven weer op. Ze doet vrijwilligerswerk. De ambulante begeleiding die ze in haar nieuwe woonplaats krijgt, is belangrijk. Net als de therapie die ze volgt en de gesprekken die ze regelmatig met een ervaringsdeskundige voert.
‘Voor mij betekent veiligheid nu dat ik zelf keuzes mag maken. Dat niemand meer bepaalt waar ik heen moet of wat ik moet doen.’
ERVARINGSDESKUNDIGHEID
Merel van Groningen
Ervaringsdeskundige en expert, Merel van Groningen Foundation
‘Pas kreeg ik nog een telefoontje van een heel jong meisje van veertien. Ze had online een afspraak met een man gemaakt in een park. Hij heeft haar misbruikt en gefilmd. Ze moest later vriendinnetjes meenemen anders zou hij het filmpje online zetten. Ze durfde het tegen niemand te vertellen, maar kwam, via de website, bij ons terecht. Ze was zo bang.
Ik heb in mijn netwerk gezocht en haar gelukkig in contact kunnen brengen met een docente in haar omgeving, die ik toevallig ook een keer getraind had. Zij helpt haar nu.’
‘De meeste slachtoffers die onze hulp zoeken, zijn minderjarig en heel bang. We staan als ervaringsdeskundigen náást het slachtoffer op het moment dat ze uit de uitbuiting willen stappen of zijn gestapt. Waar ze heen willen, wat ze te wachten staat, weten ze niet. Waar ze uitkomen, is bekend: het is daarom zo makkelijk om terug te vallen.’
‘Slachtoffers die eruit willen stappen, komen hét systeem tegen. Ze krijgen te maken met gemeentelijke regels, opvangplekken die niet geschikt zijn, contra-indicaties. Slachtoffers moeten vaak eerst aangifte doen voordat ze hulp kunnen krijgen, dat zijn obstakels. Dan zijn er nog de wachttijden, vaak maandenlang, soms zelf een jaar. Dat schrikt af. Hoe moet ik in m’n mijn eentje zo lang wachten? Wij proberen slachtoffers in die liminale fase, die onzekere tussenfase, te begeleiden.’
‘Pas nog benaderde een meisje ons via Instagram. Ze wordt misbruikt door haar stiefvader. Haar moeder wil dat ze blijft zwijgen. Het meisje is verhuisd naar haar oma. Ik heb contact gelegd met de nieuwe woonplaats over haar verhaal en hulpvraag. De gemeente zegt: “We hebben coaches op school, daar kan ze dan later naar toe gaan.” Zo’n koud antwoord doet me pijn. Zo’n meisje voelt zich al die tijd zo eenzaam. Ze wil haar verhaal doen ‘zonder dat iemand meteen begint te huilen’, zegt ze zelf.’
‘Onderzoek laat zien hoe groot de meerwaarde van ervaringsdeskundigen is. Wat wij eerst doen, is luisteren. Zonder oordeel. We begrijpen veel, we leggen uit hoe het systeem werkt, waarom bepaalde dingen zo geregeld zijn, we motiveren om vol te houden. Onze BUM-methode (Begrip, Uitleg, Motivatie) is ook opgenomen in de databank van effectieve interventies.’
‘We zijn geen hulpverleners, maar wel werken we heel graag samen. Vaak met gemeenten, met zorginstellingen.’ De financiering is vaak het probleem. ‘We hebben al zorg ingekocht’, horen we dan van een gemeente. ‘Maar er is wel een wachttijd van vier maanden. Uiteindelijk hebben wij specifiek voor deze casus een donatie-oproep gedaan zodat de gesprekken kunnen starten. We kunnen niet draaien op een goed hart alleen.’
Deel dit verhaal